Van ‘pienter pookje’ tot wereldspeler

Een gezegende leeftijd bereiken en dan ook nog eens op het toppunt van zijn kunnen zijn. Het is niet iedereen gegeven. Truckfabrikant DAF viert dit jaar zijn negentigste verjaardag. Een schets van de evolutie van het bedrijf.  

Op 1 april 1928 begon Hub van Doorne een kleine constructiewerkplaats. Die was gevestigd in de hoek van de lokale bierbrouwerij Coolen in Eindhoven. De eerste opdrachten bestonden uit las- en smeedwerk voor de stad Eindhoven en voor lokale bedrijven zoals lampen- en radiofabrikant Philips. De crisis in de jaren 30 zette Hub van Doorne en zijn broer Wim aan om ook aanhangwagens te gaan bouwen. Die hadden een innoverend gelast chassis en waren daardoor veel lichter dan wat de concurrentie bracht. De bedrijfsnaam werd gewijzigd naar Van Doorne’s Aanhangwagen Fabriek, afgekort DAF. Een andere unieke uitvinding was de DAF-containertrailer die werd ontwikkeld voor het snel laden en lossen van spoorwegcontainers en in 1936 zijn debuut beleefde. Daarmee was DAF één van de eerste leveranciers van containertrailers ter wereld.

In 1949 werd de eerste DAF-truck gebouwd, de bedrijfsnaam werd opnieuw aangepast in Van Doorne’s Automobiel Fabriek. Een jaar later werd een nieuwe fabriek gebouwd en omvatte het gamma truckchassis van drie, vijf en zes ton. De onderneming zoals we die vandaag kennen, begon vorm te krijgen. Van 1958 tot 1975 bouwde het merk ook auto’s, bekend om hun Variomatic-automaat en het ‘pienter pookje’. 

DAF
Zo verlieten de eerste DAF truckchassis de fabriek in 1949.

Motoren
In de beginperiode gebruikte DAF voor zijn trucks benzine- en dieselmotoren van Hercules en Perkins. In 1957 werd de eerste zelf ontwikkelde dieselmotor voorgesteld. Twee jaar later werd de DD575-dieselmotor verbeterd door er een turbocompressor aan toe te voegen – een baanbrekende prestatie. DAF introduceerde in 1973 als eerste de turbo intercooler, als oplossing voor de vraag naar hogere motorvermogens en een lager brandstofverbruik. Deze technologie bleek ook al snel onmisbaar bij het realiseren van schonere uitlaatgassen. In de jaren 80 introduceerde DAF ATi: Advanced Turbo Intercooling. Die zorgde voor nóg meer vermogen en efficiëntie door een verdere verfijning van de inspuittechnologie en geoptimaliseerde verbrandingskamers.

In 2005 presenteerde DAF haar eerste PACCAR MX-motor, die ook nu nog gemonteerd wordt in (bijna) alle DAF-trucks in het zware segment en in meer dan 40 % van de Kenworth- en Peterbilt-trucks. De jongste evolutie ‘down speeding’ MX-13- en MX-11-motoren combineren een hoog koppel bij indrukwekkend lage toerentallen. Ze zorgen voor een opmerkelijk gunstig verbruik en hoog chauffeurscomfort. Samen met geavanceerde software-algoritmen, uitstekende aerodynamica en een nieuw compact nabehandelingssysteem, zorgen deze DAF-innovaties voor 7 % meer brandstofefficiëntie: de grootste stijging in brandstofefficiëntie in de geschiedenis van het bedrijf.

DAF
Montage in de jaren ’50. Daf bouwde ook trucks voor het Nederlandse leger, zoals is te zien uiterst rechts.

Cabine-evolutie
De allereerste DAF-trucks verlieten de fabriek als chassis met vóór de motor de kenmerkende grille met zeven verchroomde balken én een tijdelijke houten stoel. Zo werden ze naar opbouwers gereden voor de montage van een lokaal gefabriceerde bovenbouw. In 1951 introduceerde DAF haar eigen cabine, met een schuin geplaatste grille. Het chauffeurscomfort werd verhoogd door de introductie van een geveerde stoel. In de jaren 60 verbeterde DAF het chauffeurscomfort nog verder met de eerste cabine die was ontworpen voor internationaal transport. De DAF 2600 had twee bedden en ramen rondom voor een ruimtelijk gevoel en een optimaal zicht op de weg. De rem- en stuurbekrachtiging maakten de veeleisende taak van de chauffeur eenvoudiger. De 2600 wordt nu beschouwd als de eerste internationale transporttruck. In 1968 was DAF een van de eerste truckfabrikanten die een kantelcabine introduceerde.

DAF
DAF F2600 met DAF kipper, 1972.

Met de introductie van het Space Cab-concept in1988 versterkte DAF haar leiderpositie als truckfabrikant door zich zowel op de bedrijfskosten als op de chauffeur te focussen. Samen met de nog grotere Super SpaceCab, die in 1994 werd geïntroduceerd, schreef DAF geschiedenis op het vlak van chauffeurscomfort en ruimte.

Wereldspeler
In 1996 werd DAF onderdeel van PACCAR. Dit creëerde nieuwe mogelijkheden voor ontwikkelingen op het gebied van trucks, motoren en geavanceerde faciliteiten.

In 2001 en 2002 introduceerde DAF de nieuwe LF-, CF- en XF-serie, in 2005 het met de titel International Truck of the Year bekroonde XF105-model en in 2006 het Euro 4- en 5-programma. Een volledig range nieuwe Euro 6-modellen werd in 2013 in productie genomen. De nieuwste CF en XF werden uitgeroepen tot ‘International Truck of the Year 2018’ omwille van hun toonaangevende transportefficiency en zuinigheid. Dat was de vijfde maal dat deze truckbouwer de hoogste onderscheiding in de truckindustrie mocht ontvangen. 

DAF doet in de 21e eeuw wereldwijd zaken. Er zijn productievestigingen in Nederland, België (cabine- en assenfabriek in Westerlo), het Verenigd Koninkrijk en Brazilië en de trucks worden verkocht door 1.100 onafhankelijke dealers op vijf continenten.

DAF
DAF 3600 met ATi aandrijving, 1987.

Met PACCAR Parts en PACCAR Financial biedt DAF ook ondersteunende diensten aan. Bovendien profiteren wagenparken van zowel een uitstekende pechhulpservice in Europa, International Truck Service (ITS) als van DAF Connect, het geavanceerde vlootmanagementsysteem van DAF.    

Tekst | Leo Van Hoorick  Beeld | DAF
Uitgelichte afbeelding: De evolutie in beeld: DAF A1800 ‘Kikker’ 1959 naast de nieuwste XF.